Een interview met Jan de Jager, projectsecretaris samenwerking Hillegom, Lisse en Noordwijkerhout.
1. Wat was voor de gemeenten Hillegom, Lisse en Noordwijkerhout de belangrijkste reden om een samenwerking op te zetten?
Er was in 2004/2005 een aantal redenen voor de gemeenten Hillegom, Lisse en Noordwijkerhout om een samenwerking op te zetten. In de Duin- en Bollenstreek gingen de gemeenten Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg fuseren en ook de gemeenten Sassenheim, Voorhout en Warmond zouden per 1 januari 2006 opgaan in een nieuwe gemeente Teylingen. De bestuurlijke verhoudingen in de streek noodzaakten tot herbezinning in het noordelijke deel van de Bollenstreek. Daarnaast is de Bollenstreek door het Rijk aangewezen als Greenport en is het bloembollencomplex een belangrijk bindende factor van de drie gemeenten. Bovendien zijn de gemeentebesturen er van overtuigd dat door de samenwerking de kwaliteit van de dienstverlening kan worden geoptimaliseerd en de bestuurskracht kan worden vergroot.
2. Voor 2006 en 2007 zijn in het plan van aanpak een aantal doelen tot stand gekomen (o.a. voor de Wmo, Harmonisatie inkoopbeleid / gezamenlijke inkoop en de concretisering van de samenwerkingsvorm). Hoe is dit tot nu toe verlopen? En wie waren hierbij betrokken?
De gemeenteraden van de drie gemeenten hebben 9 thema’s geselecteerd waarop in de aankomende periode wordt samengewerkt. Eind 2007/begin 2008 wordt die samenwerking geëvalueerd. Per onderwerp is er een bestuursopdracht geformuleerd. Daarnaast is er per onderwerp een ambtelijk team samengesteld bestaande uit minimaal één ambtenaar per gemeente. Op 23 augustus 2006 heeft de gezamenlijke kick off voor alle teams plaatsgevonden. Als eerste opdracht hebben de teams meegekregen om de bestuursopdracht te beoordelen en zonodig met wijzigingsvoorstellen te komen. De bestuursopdrachten moeten verder door de teams “SMART” worden gemaakt. Voor de begeleiding en coördinatie van de teams is een projectgroep samengesteld bestaande uit de drie gemeentesecretarissen, een externe projectleider en een projectsecretaris. De projectgroep rapporteert periodiek aan de stuurgroep bestaande uit de drie burgemeesters, drie wethouders (uit iedere gemeente één) en een onafhankelijke, technische voorzitter.
3. Tegen wat voor knelpunten lopen jullie aan, of zijn jullie al aangelopen? Hoe is dit opgelost?
Belangrijkste knelpunt is het capaciteitsprobleem. Door de colleges is besloten dat aan de samenwerking de hoogste prioriteit moet worden toegekend. Daarnaast speelden de verschillende organisatievormen een rol. Op dit moment worden daar onderzoeken naar gedaan, hetgeen zal leiden tot reorganisaties. De gemeenteraden hebben kredieten beschikbaar voor de aanleg van een glasvezelkabel tussen de drie gemeentehuizen waardoor onderlinge digitale uitwisseling mogelijk wordt. Knelpunt daarbij is dat er gewerkt wordt met verschillende geautomatiseerd systemen. De stuurgroep heeft besloten om voor de ICT een lange termijn visie op te laten stellen, zodat uiteindelijk alle systemen óf hetzelfde zijn óf onderling uitwisselbaar.
4. Wat ziet u zelf als knelpunt in de shared service ontwikkeling?
Bij ons is nog geen sprake van een shared service. Eén van de teams moet onderzoeken wat de beste vorm van samenwerking op een bepaald taakgebied is. Dat kan dus shared service zijn maar het kan ook een geheel andere vorm van samenwerking zijn. Op dit moment is er op basis van de WGR een Intergemeentelijke Sociale Dienst opgericht waarin o.a. de drie gemeenten samenwerken. Daarnaast wordt er in het najaar een voorstel aan de drie gemeenteraden voorgelegd om te komen tot een intergemeentelijk brandweerbureau. Dit bureau zal gekoppeld worden aan de organisatie van één van de drie gemeenten. Per taakveld wordt dus gekeken wat de beste samenwerkingsvorm is.
5. Zou de rijksoverheid shared services moeten stimuleren of misschien zelfs opleggen?
De rijksoverheid moet de gemeenten absoluut geen shared services opleggen. Het is een bevoegdheid van de gemeentebesturen om zelf te kiezen voor de wijze waarop de gemeentetaken worden uitgevoerd. Het Rijk moet niet op de stoel van het gemeentebestuur gaan zitten. Als het Rijk het toch wil, dan moet men de desbetreffende taak bij de gemeenten weghalen. Het Rijk en de provincie zouden gemeenten die shared services overwegen, wel meer kunnen en moeten faciliteren. Ook zij hebben namelijk voordeel bij samenwerking.
6. Wat is uw shared services stelling/voorspelling voor de komende tijd? Hoe staat het over drie jaar bijvoorbeeld met shared services in Nederland?
De vraag centralisatie/decentralisatie is in de afgelopen decennia steeds een golfbeweging geweest. Op dit moment kiest men in de politiek voor een kleine kernorganisatie. De gemeentebesturen willen de regie in handen houden en zoveel als mogelijk buiten de deur zetten. Men volgt daarbij de ontwikkelingen in het bedrijfsleven, waar men zich al wat langer richt op de “core business”. Dus een voorspelling voor over drie jaar is niet moeilijk gezien de zittingsduur van de huidige gemeenteraden. De ontwikkelingen na die periode zijn moeilijker te voorspellen. Veel hangt af van de economische ontwikkelingen, de mate van dienstverlening door de SSC-ers richting gemeentebesturen en de samenvoegingen van gemeenten en provincies waardoor het in eigen beheer uitvoeren van bepaalde taken weer aantrekkelijker wordt.
Het Platform Shared Services bij de Overheid is een kenniscentrum op het terrein van intergemeentelijke samenwerking en shared services. Het Platform organiseert bijeenkomsten en ondersteunt gemeenten en andere overheden met advies, verkenningen en intervisie.