Nieuwsbrief januari 2011
|
Allereerst de beste wensen voor 2011! En dat het een jaar mag worden waarin samenwerking vruchtbaar is. Het gaat om het goede doen, het goede goed doen, maar ook het zorgen dat je het goed doet met elkaar. En dit laatste is zeker bij samenwerking een grote uitdaging! Het is vaak een kunst om de vaart en het plezier erin te houden en niet te verzanden in “bestuurlijk gedoe”.Ook het komend jaar staat samenwerking hoog op de politieke agenda, zowel lokaal als landelijk.Op het KING congres van 6 januari jongstleden benadrukte de voorzitter van de VNG, Annemarie Jorritsma, dat samenwerking de sleutel is om de uitdagingen van de komende periode het hoofd te bieden. Het VNG congres, dat dit jaar in de Achterhoek plaats vindt, heeft dan ook als thema “Gezonde gemeente – Nieuwe verbindingen“. KING zelf is bezig met het project “slimmer organiseren door samenwerking” , waar samen met gemeenten wordt gewerkt aan instrumenten en standaarden om te komen tot meer samenwerking op het gebied van informatievoorziening. Op 16 december 2010 is een dag georganiseerd met gemeenten die voorop lopen met het ontwikkelen van ICT shared services, en gemeenten die aan de start staan van samenwerking. Er blijkt behoefte te bestaan aan ondersteuning en gemeenschappelijke acties, zoals bijvoorbeeld het gemeenschappelijk aanbesteden van de modernisering van de Gemeentelijke Basisadministratie. Bent u geïnteresseerd dan kunt u zich wenden tot Cees Hamers die verantwoordelijk is voor dit traject. Ook kunt u de presentatie bekijken die over dit onderwerp is gehouden op het KING congres. Binnen het Ministerie van BZK is de directie Krachtig Bestuur samen met de VGS, de VNG, de P10, het platform Middelgrote gemeenten, het Nirov, Nicis, het ISZF en het platform shared services bij de overheid actief op het platform intergemeentelijke samenwerking. Recente bijdragen zijn een rapport over democratische legitimiteit en financiële arrangementen bij gemeenschappelijke regelingen, en een trendstudie naar intergemeentelijke samenwerking, waar vooral wordt ingegaan op de werking van de WGR. Aanleiding is de overweging de wet op dit punt te wijzigen zodat de WGR meer aansluit bij wat in de praktijk gewenst wordt. In deze Nieuwsbrief is ook een recensie opgenomen van het boek :Samen sterker” dat in samenwerking met het Ministerie van BZK tot stand is gekomen. Tot zover enkele landelijke ontwikkelingen. Wat betreft de lokale ontwikkelingen is er in deze Nieuwsbrief aandacht voor belastingsamenwerking. Een samenwerking waarin gemeenten en waterschappen de handen ineenslaan om te komen tot een betere en goedkopere vorm van dienstverlening. |
||||||||
|
|
||||||||
| Interview met Jan Vonk, |
(aankondiging)
|
|||||||
| Hoofd afdeling Gemeentebelastingen gemeente Utrecht en plv. voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Gemeentebelastingen | ||||||||
| door Henriëtte van den Heuvel |
|
|||||||
Wordt er veel samengewerkt op het terrein van belastingen?De samenwerking op belastingen is groeiend. Zelf heb ik het idee dat we toe gaan naar zo’n 25 regionale kantoren in het land, waarin samengewerkt wordt door waterschappen en gemeenten. Het is een niet te stuiten ontwikkeling. Het begon met Bervoets in de Hoeksche Waard, die een samenwerking begon vanuit het waterschap met een aantal omliggende gemeenten. Er werd snel duidelijk hoeveel goedkoper hij kon werken. Op het moment heeft hij de laagste WOZ-kosten van het land, zo bleek uit een vergelijking die wordt gemaakt door de Waarderingskamer voor de WOZ.Eind 2009 ontstond op Binnenlands Bestuur een discussie tussen u en de heer Schaap van de Unie van Waterschappen over samenwerking tussen gemeenten en waterschappen. Kunt u daar iets meer over vertellen. Zoals gezegd wordt er meer en meer samengewerkt. Een aantal waterschappen lijkt soms echter meer uit te zijn op overnemen en uitbreiden dan op samenwerken. Het lijkt dan meer te gaan over grote ego’s en macht. Ik ben een voorstander van werkelijk samen werken, samen met elkaar bepalen wat je samen gaat doen. Ik was en ben het ook niet eens met de roep vanuit de Unie om bemoeienis vanuit het Rijk. Gemeenten en waterschappen zijn zeer goed in staat dit zelf op te pakken, gewoon praktisch, met een gezond boerenverstand de handen ineen slaan, dat is wat werkt.Werkt Utrecht samen met andere gemeenten of een waterschap? Utrecht werkt sinds ruim een jaar samen met de gemeente de Bilt. Hiernaast zijn we bezig met het uitbreiden van de samenwerking: Enige tijd geleden zijn we om de tafel gaan zitten met het waterschap in de buurt, het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR), dat een gebied bestrijkt dat aanzienlijk groter is dan de gemeente Utrecht. We zijn gaan kijken wat we zouden kunnen doen om de burger beter te bedienen en de efficiency te vergroten. We kwamen toen op twee processen uit: kwijtschelding en dwanginvordering. De mensen die niet in staat zijn om hun waterschapsbelasting te betalen zijn vrijwel zonder uitzondering ook niet in staat om de gemeentelijke belastingen te voldoen. Het gaat om dezelfde doelgroep. Het is dan ook veel praktischer als dit in één procedure kan worden afgehandeld en niet apart in de gemeente en in het waterschap. Dat is praktischer voor de burger, en praktischer voor ons. In het gesprek met HDSR bleek dat zij de uitvoering hiervan hadden ondergebracht bij het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL). Dat klinkt misschien ver weg, maar dat maakt voor een back office niet uit. De reden om voor WBL te kiezen was dat zij enorm hebben geïnvesteerd in een zeer goed werkend systeem. Wij zijn toen samen met HDSR ook in gesprek geraakt met WBL. Zij hebben de processen meer gedigitaliseerd dan wij. Het werkt beter, wat aanleiding was om te praten over verdergaande samenwerking. Uit een verkennend onderzoek blijkt dat het voor ons voordelig is om bij WBL aan te sluiten voor de afhandeling van de kwijtschelding. Idee is nu om te komen tot een samenwerking van Utrecht, de Bilt, HDSR en het waterschapsbedrijf Limburg en Venlo. Mogelijk haken de andere gemeenten in de buurt ook aan. Gemeenten als Vianen, Lopik, Houten horen allemaal tot het gebied binnen het HDSR, en mogelijk is het voor hen ook interessant.Hoe kan het tot stand komen van deze samenwerking zo gemakkelijk gaat? We zaten gewoon als werkvloer bij elkaar, we gingen praktisch aan de slag, we wilden allemaal een efficiënte oplossing. We hebben een vooronderzoek gedaan en de bestuurders hebben ook het idee dat er muziek in zit. We gaan nu een business case uitwerken. We gaan werken met het WBL concept. We hebben dan straks een gemeenschappelijke database voor de belastingen, eenmalig beheer en gebruik van een en hetzelfde systeem voor gemeente- en waterschapsheffingen.Heeft dit consequenties voor de gemeentelijke ICT infrastructuur? Nee, dat heeft geen effect. Waar we gebruik van maken zijn de GBA, de BAG en de WOZ, dat zijn basisgegevens binnen de gemeenten waar wij, maar bijvoorbeeld ook het kadaster gebruik van maken. Er moet een lijntje worden gelegd tussen het WBL zodat deze data omgezet kunnen worden tot een belastingbestand, de database waarmee gewerkt gaat worden.En wat betekent het voor uw organisatie, gemeentebelastingen Utrecht? Wat voor mensen hebt u straks vooral nodig? Wij worden straks kleiner. Uit voorzorg vullen wij op dit moment de ontstane vacatures daarom met uitzendkrachten. Ik heb mensen nodig die betrouwbaar en flexibel zijn. We houden een aantal taken: bezwaarschriften, invorderingen, het op orde houden van de bestanden (uitval), specifieke heffingen en controles zoals de hondenbelasting, precariobelasting en natuurlijk een front office.Is het ook verstandiger om aan te sluiten bij een bestaande organisatie? Als je kan aansluiten bij een samenwerkingsverband dat goed werkt is dat voordeliger. Je hebt minder investeringen te doen, je hebt sneller efficiencyvoordeel, minder risico’s, sterkere continuïteit. Gemeenten doen er goed aan rond te kijken in hun buurt of ze ergens bij aan kunnen sluiten. Bij ons leidt het tot een echte besparing. Wij als gemeente gaan terug in personeel en het WBL behoeft nauwelijks uitbreiding van capaciteit omdat alles gaat draaien op hun al bestaande systeem.Is het vooral iets voor kleinere gemeenten? Nee, het is iets voor alle gemeenten. Er zijn gemeenten die denken het beter zelf te kunnen. In de meeste gevallen is dit niet zo, de waterschappen hebben meestal meer geïnvesteerd in goedwerkende processen dan de belastingafdelingen bij gemeenten. Je moet ook bedenken dat het voor de waterschappen hun enige bron van inkomsten is en dat zij een beperkte kerntaak hebben. Voor gemeenten is het een van de vele taken en is dit maar een zeer beperkt deel van de financiering. Dus de waterschappen zijn er veel eerder mee aan de slag gegaan. Maar het is geen principezaak, doet een gemeente het goed, dan kan het natuurlijk ook dat het waterschap zich aansluit bij een gemeente. De meeste gemeenten zullen ook tot deze conclusie komen. Iedereen is vanwege gewenste bezuinigingen bezig met doorlichtingen om te zoeken naar mogelijkheden het werk efficiënter te organiseren. Ook in de samenwerking met de Bilt merken wij al voordeel. We hebben afgesproken dat het eerste jaar het voordeel wordt geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering. Dat hebben we gedaan in 2010. Volgend jaar wordt het voordeel omgeslagen in een besparing voor beide gemeenten.Hoe verhoudt het zich tot het Waterschapshuis, het initiatief van de Unie om te komen tot gemeenschappelijke ICT? Het Waterschapsbedrijf Limburg heeft een eigen concept dat goed werkt, waarbij al sprake is van een behoorlijke opschaling waardoor er geen noodzaak is om samen te werken met het Waterschapshuis. Wat zijn de belangrijkste drempels bij samenwerking?
Heeft u ook goede tips voor mensen die de stap overwegen te zetten? |
||||||||
| Boekrecensie door Léon Sonnenschein |
||||||||
| “Samen Sterker” biedt nuttig overzicht van dilemma’s | ||||||||
|
Onlangs verscheen het boek “Samen sterker” van Stan van der Laar met 12 casusbeschrijvingen van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Het is een nuttig boek geworden dat niet zo zeer nieuwe inzichten oplevert, maar door de praktijkbeschrijvingen en de manier waarop die worden geanalyseerd food for thought biedt voor elke gemeentesecretaris of bestuurder die aan de slag gaat met dit type samenwerking.De casussen hebben betrekking op intergemeentelijke samenwerking waarbij krachten worden gebundeld om schaalvoordelen te benutten. Van der Laar onderscheidt daarbij drie typen samenwerking: “meervoudig geconcentreerde ambtelijke poolvorming”, “meervoudig gedeconcentreerde ambtelijke poolvorming” en “enkelvoudige ambtelijke poolvorming”. Die termen doen een zware wetenschappelijke verhandeling vermoeden. Maar gelukkig valt dat mee. Het boek blijft praktisch en uiterst leesbaar. De eerste term heeft betrekking op de situatie waarbij gemeenten meerdere taken bundelen in één gemeenschappelijke organisatie, zoals bijvoorbeeld de BEL combinatie. De tweede heeft betrekking op de situatie waarbij gemeenten taken bundelen op meerdere terreinen, maar deze steeds onder brengen bij één van de partners, zoals bijvoorbeeld de K5 gemeenten in de Krimpenerwaard. De laatste heeft betrekking op de situatie waarbij gemeenten één taak bundelen in een nieuwe organisatie, zoals bijvoorbeeld het ISZF in Fryslân.Van der Laar legt elk samenwerkingsverband aan het eind van de casebeschrijving langs een negental vooraf geformuleerde hypothesen of stellingen, om te kijken of deze houdbaar zijn. De stellingen zijn gebaseerd op wat er in de literatuur over wordt gezegd, en hij geeft daarvoor aan het begin van het boek een beknopt overzicht van die literatuur. Ook wordt er gekeken in hoeverre de in de literatuur gesuggereerde voor- en nadelen zich bij een samenwerking hebben voorgedaan. De stellingen hebben betrekking op randvoorwaardelijke factoren zoals de noodzaak van druk, procesmatige factoren zoals noodzaak om tijdig afspraken te maken over aantal partners en taken, en structuur- en inrichtingsfactoren, zoals type taken waarop samen gewerkt wordt (beleidsmatig of bedrijfsvoering). Die aanpak werkt. De stellingen representeren “wat algemeen wordt aangenomen”, en de praktijkcasussen illustreren, dat dat lang niet altijd opgaat. Er ontstaat reliëf en dat is belangrijk. De schrijver heeft weliswaar de verleiding niet helemaal kunnen weerstaan om in de analyse de casussen een beetje naar de stellingen toe te interpreteren, maar zeker bij de uitgebreide beschrijvingen kan de lezer zich zelf een oordeel vormen. Wat wel jammer is, is dat er bij de analyse van de veranderaanpak weinig of geen aandacht is voor de interventies die processen hebben vlot getrokken op momenten dat het dreigde spaak te lopen. Een sterk onderdeel van het boek is dat bij elke casus de dilemma’s die zich in de praktijk voordeden worden beschreven. Daarmee komen de spanningsvelden in beeld die inherent zijn aan samenwerken. De term “dilemma” werkt daarbij misschien versluierend, omdat die suggereert dat het om een keuzeprobleem gaat dat is opgelost zodra de keuze is gemaakt. Maar de meeste van de dilemma’s, zoals maatwerk versus standaardisatie, of vertrouwen versus betrouwbaarheid, zullen zich steeds opnieuw in een andere vorm blijven voordoen. Sterker nog ze houden elkaar in balans en succesvolle samenwerkingsverbanden slagen erin het spanningsveld productief te maken. Drie van de twaalf casussen betreft niet meer bestaande initiatieven. Het zijn rakelingen in de knop gebroken, of na enige tijd weer opgeheven. Dat is een waardevolle toevoeging aan de negen overige, omdat juist in het mislukken van samenwerkingen veel leerpunten zitten. Het is misschien jammer dat ze slechts beknopt worden beschreven en minder expliciet langs de stellingen en dilemma’s worden gelegd. Dat had de vergelijking met de succesvolle casussen nog sterker gemaakt.. Maar het is wel de eerste keer dat rakelingen zo expliciet worden meegenomen in een overzicht. ‘Samen Sterker” is een overzichtelijk boek geworden, dat iedereen die met deze typen samenwerking aan de slag gaat op zijn minst ingezien moet hebben. “Samen sterker; samenwerking tussen gemeenten geanalyseerd” kwam tot stand in samenwerking tussen SeinstravandeLaar B.V. en het programma Krachtig Bestuur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het boek is o.a. te bestellen via www.seinstravandelaar.nl en www.managementboek.nl.
|
||||||||

Het Platform Shared Services bij de Overheid is een kenniscentrum op het terrein van intergemeentelijke samenwerking en shared services. Het Platform organiseert bijeenkomsten en ondersteunt gemeenten en andere overheden met advies, verkenningen en intervisie.